DNS is het systeem dat een domeinnaam koppelt aan de juiste technische bestemming. Zonder DNS zou je bij iedere website en mailserver een IP-adres moeten onthouden. Met DNS kun je bijvoorbeeld bepalen naar welke server voorbeeld.nl wijst, waar de e-mail wordt ontvangen en welke externe diensten namens je domein mogen werken. De belangrijkste records zijn A, AAAA, CNAME, MX en TXT.
Wat doet een A-record?
Een A-record koppelt een hostnaam aan een IPv4-adres. Voor een website kan het hoofddomein bijvoorbeeld verwijzen naar het IPv4-adres van de webserver. Ook subdomeinen zoals shop.voorbeeld.nl of app.voorbeeld.nl kunnen hun eigen A-record hebben. Als je een website naar een andere server verhuist, is het A-record daarom vaak een van de records die je aanpast.
Gebruik alleen het IP-adres dat je hostingprovider of serverbeheerder heeft opgegeven. Een typefout kan ervoor zorgen dat bezoekers op de verkeerde server terechtkomen of helemaal geen website zien.
Waarvoor is een AAAA-record?
Een AAAA-record doet in principe hetzelfde als een A-record, maar dan voor IPv6. Steeds meer hostingomgevingen ondersteunen zowel IPv4 als IPv6. Als je beide publiceert, moet de website op beide adressen goed bereikbaar zijn. Een foutief AAAA-record kan vervelend zijn, omdat sommige apparaten eerst IPv6 proberen en daardoor problemen ervaren terwijl IPv4 wel goed werkt.
Heb je geen werkende IPv6-configuratie? Publiceer dan niet zomaar een AAAA-record. Geen IPv6-record is beter dan een record dat naar een onbereikbare server wijst.
CNAME: een naam naar een andere naam laten wijzen
Een CNAME-record verwijst niet direct naar een IP-adres, maar naar een andere hostnaam. Dat is handig voor diensten waarvan het achterliggende IP-adres door de leverancier wordt beheerd. Denk aan een subdomein voor een SaaS-platform, statuspagina of externe webshop.
Een bekend voorbeeld is www dat als CNAME naar het hoofddomein verwijst. Daardoor hoef je een wijziging van het server-IP maar op één plek te beheren. Let op dat DNS-providers regels kunnen hebben voor CNAME-records op het hoofddomein zelf.
MX-records bepalen waar je mail wordt ontvangen
MX staat voor Mail Exchange. Deze records vertellen verzendende mailservers waar berichten voor jouw domein moeten worden afgeleverd. Een domein kan meerdere MX-records hebben met verschillende prioriteiten. Een lager prioriteitsgetal betekent doorgaans dat die server eerst wordt geprobeerd.
Verander MX-records alleen wanneer je weet dat de nieuwe mailboxen klaarstaan. Een website kan prima blijven werken als MX verkeerd staat, terwijl e-mail ondertussen wordt geweigerd of op een oude server belandt. Daarom is e-mail altijd een apart controlepunt bij een DNS-wijziging.
TXT-records: verificatie en e-mailbeveiliging
TXT-records zijn flexibele tekstrecords. Ze worden onder andere gebruikt voor domeinverificatie en e-mailauthenticatie. SPF is bijvoorbeeld meestal een TXT-record dat aangeeft welke servers namens je domein mogen verzenden. DKIM publiceert via DNS een publieke sleutel waarmee ontvangers een digitale handtekening kunnen controleren. DMARC vertelt ontvangende servers vervolgens wat ze moeten doen als SPF of DKIM niet goed aansluit.
Ook diensten als Google Search Console, Microsoft 365 en verschillende SaaS-platforms gebruiken TXT-records om te controleren of jij het domein beheert.
Wat is TTL?
TTL betekent Time To Live. Het bepaalt hoe lang DNS-resolvers een antwoord mogen bewaren voordat ze opnieuw informatie ophalen. Een TTL van 300 seconden betekent bijvoorbeeld dat een record relatief snel opnieuw kan worden opgehaald. Een hogere TTL vermindert het aantal DNS-opvragingen, maar wijzigingen kunnen langer zichtbaar blijven in caches.
Als je een geplande migratie hebt, kan het handig zijn om vooraf de TTL te verlagen. Doe dat ruim genoeg voor de wijziging, anders kunnen resolvers de oude hoge TTL nog in hun cache hebben. Na de migratie kun je de TTL weer normaliseren.
Veilig DNS wijzigen
Werk bij voorkeur één wijziging tegelijk af en noteer de oude waarde voordat je iets aanpast. Controleer of er dubbele records bestaan en verwijder niet automatisch records die je niet herkent. Een ogenschijnlijk vreemde TXT-record kan bijvoorbeeld nodig zijn voor DKIM of domeinverificatie.
Bij een servermigratie is het verstandig om eerst de nieuwe server volledig gereed te maken. Test hem eventueel via een tijdelijke hostnaam of lokale hosts-file. Pas daarna het A- of AAAA-record aan. Zo beperk je het moment waarop bezoekers afhankelijk zijn van de nieuwe omgeving.
Veelgemaakte DNS-fouten
- Een A-record aanpassen maar een oud AAAA-record laten staan.
- MX-records verwijderen tijdens een webhostingmigratie.
- Meerdere SPF-records naast elkaar plaatsen in plaats van één correct gecombineerd beleid.
- Een CNAME gebruiken waar andere records op dezelfde hostnaam nodig zijn.
- DNSSEC actief laten met oude sleutelinformatie na een nameserverwissel.
DNS lijkt in eerste instantie technisch, maar het wordt overzichtelijk zodra je ieder record als een routebeschrijving ziet. Website, e-mail en verificatie hebben ieder hun eigen route. Als je die routes afzonderlijk controleert, kun je DNS veilig beheren zonder onnodige onderbrekingen.
Wil je dit direct goed regelen?
Bekijk de passende Hostey-dienst of neem contact op wanneer je wilt weten welke aanpak bij jouw situatie past.